Het landschap zien veranderen

Lees meer

Ton Lemaire heeft me verleid. In zijn Met open zinnen schrijft hij over de ochtend:

“Pas laat heb ik de genoegens van de ochtend ontdekt. Ik was een avondmens, geen ochtendmens. Bij het ochtendgloren draaide ik me liever om, gaf me behaaglijk over aan de warmte van het bed en liet met groot genoegen mijn nauwelijks ontwaakte bewustzijn weer terugzinken in de slaap. Maar de weinige keren dat ik (meestal door omstandigheden gedwongen) vroeg opstond, werd ik sterk getroffen door het aanzien van de wereld op dat vroege uur. Alles leek frisser en zuiverder te zijn, de wereld scheen nog maar net te zijn ontstaan, wedergeboren uit de duisternis van nacht en slaap, en ik schaamde me dan een beetje dat ik die dagelijkse geboorte van de natuur zo zelden bewust meemaakte.”

Vanmorgen begon ik daarom te lopen. Langs de flats, omhoogkijkend naar een natgeregende frituurpan op een balkon. De duiven schuilden in nissen, terwijl ze met de snavels tussen hun veren streken. Ik passeerde de leegstaande villa, een megalomaan stuk vastgoed, waar niemand echt interesse in heeft. De duitse herder die het terrein moet bewaken lag mistroostig voor zich uit te kijken op het natte bordes voor de dichtgetimmerde ramen. We keken elkaar een tijdje aan.

Toen de dijk op, langs het tennisveld, waar grijze koppen stonden te tennissen. Het begon te regenen. Capuchon op en roodkapje ging verder henen, zo alleen. De dijk af, een brug over. Eenden zwemmen in lichtbruin water. Ik koos een pad dat het tempo van de smeltende sneeuw niet had kunnen bijhouden. Ik had me vergist in mijn schoeisel, gympen met een gat, die wegzonken in de zompige bodem.

Dat met die schoenen zou ik in het vervolg anders doen. Want dat er een volgende keer kwam, dat wist ik al na vijf minuten. Tussen de bomen, luisterend naar de vogels, de vlaamse gaai die ik een paar keer zag, wist ik dat ik definitief de bestemming had gevonden voor mijn maandagmorgen. Ik zal lopen, steeds hetzelfde rondje.

Want ik wil het landschap zien veranderen. Zichzelf zien veranderen met de seizoenen, en mij die dat ziet.

We hoeven niks te veroveren. God staat al lang aan onze kant

Lees meer

Dit artikel schreef ik in opdracht van Lazarus 

Daniël Lohues zong over zijn kerkgang ‘Misschien komp ‘t ooit wel weer’. Hoewel ook ik niet lang geleden nog in de ruimte van het ‘ooit’ rondzweefde, zette ik plots weer eens voet aan de grond. En wel in het Zwolse Dominicanenklooster waar ik plaatsneem in een kerkbank.

Qua esthetiek geen verkeerde plek voor een voorzichtig rentree. Als je dan toch weer naar de kerk gaat, dan een echte. Eén die met haar hoge bogen letterlijk ruimte ademt. Sint Dominicus leek ons goedkeurend te bekijken, toen Mark en ik – relatief jong vergeleken met de overwegend grijze koppen – de kerkbanken inschoven. Ons lavend aan de schoonheid van de plek en de zon die door het raam haar eigen glas in lood op de muur scheen.

De liefdevolle eenvoud van het gebaar

‘Wij zijn niet in staat om naar u op te klimmen, maar Gij daalt af naar waar wij zijn’, sprak de voorganger, niemand minder dan hoogleraar theologie Erik Borgman. ‘Neem mij aan zoals ik ben’, zongen wij als antwoord. We wensten elkaar de vrede. Menig paar ogen in door het leven getekende gezichten ontmoette ik. En menig gerimpelde hand schudde ik. De liefdevolle eenvoud van het gebaar ontroerde me. En ik ontspande, raakte ontvankelijk. Moest niets, mocht daar zijn. Het was een cadeau.


Lees het volledige artikel op Lazarus.nl

Richard Rohr nodigt je uit God te zien in alle dingen

Lees meer

Dit artikel schreef ik in opdracht van Lazarus 

Niet lang geleden was ik op de koffie bij een vriendin die net was verhuisd. Ik trof haar midden in de chaos van verbouwing, verhuisdozen en drie onophoudelijk om aandachtvragende kleine kinderen. Ze had het moeilijk. Met de rommel, het zorgen voor haar kinderen, in de relatie met haar man en schoonfamilie. Ze was moe, wanhopig. Ze huilde. Ik luisterde. We namen afscheid, en ze zei dat ik haar dichter bij God had gebracht.

Een aantal jaar eerder hadden haar woorden me verward. ‘Hoezo dichter bij God? Als het de jouwe is, weet ik niet of ik je hiermee een dienst heb bewezen.’ Want zij noemt haar God Allah. Maar alles is veranderd. Mede door een 74-jarige Amerikaanse Franciscaanse katholiek. Richard Rohr heeft de manier waarop ik mijn leven beleef in een korte tijd en in hoog tempo veranderd.

Een radicale evangelie levensstijl

De in 1943 geboren Rohr trad op zijn negentiende toe tot de orde van de Franciscanen. Naar eigen zeggen veel te vroeg. ‘Vermoedelijk’, grapt hij, ‘om voor te zijn dat we geschaakt zouden worden door een vrouw.’ Een jaar nadat hij in het jaar 1970 tot priester werd gewijd, sticht hij de New Jerusalem Community, een gemeenschap die een radicale evangelie levensstijl nastreeft. Wat dat inhoudt? Op z’n Franciscaans: een eenvoudig leven, een gedeeld leven.

‘Mensen samenbrengen in liefde, gemeenschap, toewijding en hoop’, zegt hij, ‘dat is de grootste kunst die er bestaat’. Op dit moment wijdt hij zich toe aan deze missie als oprichter en leider van het Center of Action and Contemplation (CAC) in Alberquerque, New Mexico.

Uit mijn jasje gegroeid

Het is vanuit dit CAC dat ik een jaar geleden daily meditations in mijn mailbox begon te ontvangen en kennismaakte met de ideeën van Rohr. Ik zoog ze in me op als een spons. Ik merkte toen pas hoezeer ik uit mijn jasje gegroeid was. Hoe het nauwe verhaal knelde. Het verhaal van mijzelf als onderdeel van een select clubje dat de wereld moest redden. Het maakte plaats voor een jas waarmee ik weer een tijdje vooruit kan.

Had ik behoefte aan een vrijblijvender, makkelijker versie? Eentje die de angel uit het evangelie haalt? Ik ben ervan overtuigd dat het tegendeel waar is. Ik voel me opgenomen in een uiterst uitdagende beweging die meer van me vraagt dan ooit.


Lees het volledige artikel op Lazarus.nl.