Drempeldroom

Lees meer

Goede voornemens, echt serieus heb ik ze nooit genomen. Oppervlakkig heb ik ze gevonden. Een aandoenlijke illusie dat je slechts op goede wil een heel eind kan komen. Je komt pas een heel eind op karakter, en die groeit alleen met elke dag.

Ik ben het aan het verliezen, deze spartaanse, calvinistische houding ten opzichte van het jaarlijkse ritueel. Ik ervaar de magie van de drempel. Er is ons ritme, er zijn ons overgangsmomenten gegeven, ze herbergen kansen. De jaarwisseling geeft elk jaar het kado van liminal space, waarover Richard Rohr schrijft: We have to allow ourselves to be drawn out of “business as usual” and remain patiently on the “threshold” (limen, in Latin) where we are betwixt and between the familiar and the completely unknown. There alone is our old world left behind, while we are not yet sure of the new existence. That’s a good space where genuine newness can begin.

Waarom zou ik neerkijken op de potentie van zo’n ruimte die ons elk jaar weer in de schoot wordt geworpen? Waarom zou ik, terecht of niet, de magie verbreken met opgestoken wijsvinger ‘illusie!‘ en ‘karakter!‘ roepend?

Daarom schrijf ik deze drempeldroom. Hoewel ik een hekel heb aan het woord droom. In retrospect is het vergiftigd tijdens een tussenjaar die ik volgde op een bijbelschool. De belofte van dat jaar was grotesk: leef Gods dromen voor je leven! Meerdere malen werd er over mij uitgesproken dat men een grootse toekomst voor mij weggelegd zag. Ik was van de generatie die in een volle Amsterdam ArenA luidkeels liedjes meezong als ‘I’m gonna be a history maker in this land’Grootste woorden. Maar geen enkele bedding in de alledaagse werkelijkheid, geen oog voor het karakterwerk wat voorafgaat aan zulke grootsheid, dat – laten we wel wezen – slechts voor enkelen is weggelegd. Het heeft me niet geholpen een gezonde relatie aan te gaan met hoe de dingen er in de regel aan toe gaan in de werkelijkheid. Zoals dat het tijd en moeite kost om iets moois te maken. Dat het leven in tune met dat wat je het meest koestert en waardeert je niet komt aanwaaien.

Ik ben ondertussen vele illusies armer en enige werkelijkheidszin rijker. Er is weinig meer over van die grootse droom van God voor mijn leven. Ik heb eigenlijk geen flauw idee of er überhaupt iets te dromen valt voor het leven. En als zo’n droom een goed idee is, waar die droom dan uit zou mogen, kunnen bestaan. Ik weet namelijk niet wat het betekent om mens te zijn. Wat ik van het leven mag verwachten. Van mijzelf, van mijn relaties, van de liefde, God, de wereld.

Ik had een set overtuigingen die samenhang bood, maar ik ben het kwijt. Ik heb vermoedens, maar veel verder kom ik op dit moment niet. Het is een ruige plek om te zijn. Onherbergzaam, in de letterlijke zin van het woord. Geen plek om te blijven, nee, ik heb geen ambitie me te settelen in de verwarring. Er moet een beter thuis zijn dan dat. Dat brengt me bij mijn droom.

Ik droom van een thuis waar vanuit ik kan leven, liefhebben, scheppen en ontmoeten. Waar ik nutteloos, doelloos en besluiteloos kan rondhangen, geïntimideerd door mijn eindeloze getreuzel, tot mijn hand zomaar weer iets vindt om te doen.

Ik wil thuis zijn in mijn huis dat ik niet liefheb, het lijf dat ik niet liefheb. Ik wil thuis zijn in het stof dat ik verfoei, de zweetlucht, haargroei, ochtendadem en al dat banale dat ik het liefst tot de buitenste duisternis zou veroordelen.

Ik wil thuis zijn. Iets meer dan nu, in het jaar dat komt.

Als een kind op de Koekamp

Lees meer

Zes jaar geleden reden mijn man en ik met onze drie maanden oude dochter naar het vluchtelingenkamp op de Haagse Koekamp. Met een bestelbus volgeladen met ingezamelde dekens, verzorgingsproducten en voedsel, hoopten we de omstandigheden van de uitgeprocedeerde asielzoekers wellicht iets te kunnen verzachten.

Onverwachts werden hun omstandigheden vooral verzacht door de aanwezigheid van onze baby. Ik schreef er het volgende verhaal over:


December 2012

Het kind werd op de Koekamp met meer gejuich onthaald dan de dekens en de douchegels. Blijer dan de gulle gift van mensen die hun ego opzij zetten maakte een mensje dat nog geen besef van ego heeft. Mannen die in stevige tred ergens op af gingen in hun kleine kamp, stopten spontaan met waar ze mee bezig waren om het gezicht van het kind te kunnen bekijken. Is het een jongen of een meisje? Hoe oud? Van jou? Wat lief! Koediekoedie in eigen taal, zoals ze hun moeder wellicht hadden zien doen bij hun broertje of zusje. Het kind werd geknuffeld, het kind kréég zelfs een knuffel, een olifant, snel gevonden tussen de paar spulletjes die de gever nog had.

In de kantinetent rondom de straalkachel kreeg de moeder van het kind het stellige advies om het kind minstens zes maanden borstvoeding te geven. Deze wijsheid had de jonge raadgever eens op televisie opgeduikeld. Tussen scherts en hoop werd het kind aangemoedigd om later advocaat te worden. Dan kon ze hun groep in Nederland laten blijven. Het kind had met haar leeftijd van drie maanden geen benul, maar glimlachte gul zoals ze gewend was dat te doen bij de aanblik van blijde gezichten. Toen vertrok het kind weer. Veilig in de armen van haar ouders en haar nationaliteit.

Als het koninkrijk werkelijk toebehoort aan wie is zoals zij… dan zou er geen afkomst gezien worden, maar een vriendelijk gezicht. Dan zouden de juiste papieren niet levensbepalend zijn, maar bij het verkreukelen een vermakelijk geluidje maken of interessant zijn om op te kauwen. Betekenisloos. Dan zou alles zich regelen via de pure intuïtie die alleen kinderen hebben; verwelkomend of afstotend met een zuivere antenne voor geborgenheid of gevaar. Een antenne waar wij minder op vertrouwen dan op de duidelijkheid van landsgrenzen. Een gevoeligheid die wij verloren zijn, omdat .. ja zeg het maar. Onze volwassen vrees voor chaos laat zich sussen door simplistische regels voor welkom en wegwezen.

Maar het koninkrijk behoort werkelijk toe aan wie is zoals zij. Want een kind geeft meer hoop dan fanatiek verzamelde dekens, en een kind laat je iets weggeven van de paar spulletjes die je nog had. Krachtig was het kind op de Koekamp. Krachtig, maar beperkt. Want ze ging weer naar huis en het kamp is ontruimd. Ik wens de mannen van de Koekamp toch een vrolijk Kerstfeest; dat het Kind met gejuich onthaald mag worden. Waar dan ook.

Een kind is ons geboren, 
een zoon is ons gegeven; 
de heerschappij rust op zijn schouders. 
Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, 
Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. 
Groot is zijn heerschappij, 
aan de vrede zal geen einde komen.
Jesaja 9

O God, laat ons het niet verleerd zijn de liefde te wekken

Lees meer

Deze blog schreef ik in opdracht van Lazarus

Sinds een paar weken ga ik wekelijks op pad met een robotzeehond in een verpleeghuis voor dementerende ouderen. Als startende ZZP’er met beide kinderen op school heb ik zeeën van tijd. In mijn zoektocht naar enige structuur – en een zinvolle besteding van die tijd – bladerde ik door de online vrijwilligers-vacaturebank. Daar stuitte ik op een vacature waar ik in eerste instantie heel hard om moest lachen:

Gezocht: begeleider interactieve robotzeehond.

Ik maakte er zelfs een screenshot van en deelde ‘m geamuseerd met mijn Facebookvrienden. Maar na enige research vertederde het idee me. En ik meldde me aan.


Lees het hele verhaal hier!