Zes jaar geleden reden mijn man en ik met onze drie maanden oude dochter naar het vluchtelingenkamp op de Haagse Koekamp. Met een bestelbus volgeladen met ingezamelde dekens, verzorgingsproducten en voedsel, hoopten we de omstandigheden van de uitgeprocedeerde asielzoekers wellicht iets te kunnen verzachten.

Onverwachts werden hun omstandigheden vooral verzacht door de aanwezigheid van onze baby. Ik schreef er het volgende verhaal over:


December 2012

Het kind werd op de Koekamp met meer gejuich onthaald dan de dekens en de douchegels. Blijer dan de gulle gift van mensen die hun ego opzij zetten maakte een mensje dat nog geen besef van ego heeft. Mannen die in stevige tred ergens op af gingen in hun kleine kamp, stopten spontaan met waar ze mee bezig waren om het gezicht van het kind te kunnen bekijken. Is het een jongen of een meisje? Hoe oud? Van jou? Wat lief! Koediekoedie in eigen taal, zoals ze hun moeder wellicht hadden zien doen bij hun broertje of zusje. Het kind werd geknuffeld, het kind kréég zelfs een knuffel, een olifant, snel gevonden tussen de paar spulletjes die de gever nog had.

In de kantinetent rondom de straalkachel kreeg de moeder van het kind het stellige advies om het kind minstens zes maanden borstvoeding te geven. Deze wijsheid had de jonge raadgever eens op televisie opgeduikeld. Tussen scherts en hoop werd het kind aangemoedigd om later advocaat te worden. Dan kon ze hun groep in Nederland laten blijven. Het kind had met haar leeftijd van drie maanden geen benul, maar glimlachte gul zoals ze gewend was dat te doen bij de aanblik van blijde gezichten. Toen vertrok het kind weer. Veilig in de armen van haar ouders en haar nationaliteit.

Als het koninkrijk werkelijk toebehoort aan wie is zoals zij… dan zou er geen afkomst gezien worden, maar een vriendelijk gezicht. Dan zouden de juiste papieren niet levensbepalend zijn, maar bij het verkreukelen een vermakelijk geluidje maken of interessant zijn om op te kauwen. Betekenisloos. Dan zou alles zich regelen via de pure intuïtie die alleen kinderen hebben; verwelkomend of afstotend met een zuivere antenne voor geborgenheid of gevaar. Een antenne waar wij minder op vertrouwen dan op de duidelijkheid van landsgrenzen. Een gevoeligheid die wij verloren zijn, omdat .. ja zeg het maar. Onze volwassen vrees voor chaos laat zich sussen door simplistische regels voor welkom en wegwezen.

Maar het koninkrijk behoort werkelijk toe aan wie is zoals zij. Want een kind geeft meer hoop dan fanatiek verzamelde dekens, en een kind laat je iets weggeven van de paar spulletjes die je nog had. Krachtig was het kind op de Koekamp. Krachtig, maar beperkt. Want ze ging weer naar huis en het kamp is ontruimd. Ik wens de mannen van de Koekamp toch een vrolijk Kerstfeest; dat het Kind met gejuich onthaald mag worden. Waar dan ook.

Een kind is ons geboren, 
een zoon is ons gegeven; 
de heerschappij rust op zijn schouders. 
Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, 
Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. 
Groot is zijn heerschappij, 
aan de vrede zal geen einde komen.
Jesaja 9