Ik spreek me uit, met onvaste stem

Lees meer

In de afgelopen week heb ik geen hashtag gebruikt om protesten kracht bij te zetten, of mijn solidariteit te tonen. Ik heb mijn scherm niet op zwart gezet. Ik bekeek de beelden, las de gesprekken, nam de hartgrondige pleidooien van mensen van wie ik hou tot me. Maar ik sprak me niet uit.

Ik weet namelijk niet wat te zeggen.

In grove stroken – de werkelijkheid is complexer – is dit de situatie die me stil doet vallen:

Ik ben getrouwd met een man wiens intenties ik vertrouw en wiens mening en gedachten ik waardeer. Hij verafschuwt een concept als white privilege, ziet daar gevaar, gif en racisme in. Hij raadde me het boek aan van de denker die hierin van invloed is geweest, ‘Twelve rules for life’, van Jordan Peterson. Ik lees dat boek nu, met plezier.

Ook houd ik veel van mijn beste vriendin en haar gezin. Ik ben peetmoeder van haar zoon, een nieuw concept voor mij – en een uitdaging om vorm te geven. Zij schrijft over hun strijd voor racial justice: “we personally at home are crushed by it and it often takes its toll on us as a multi-ethnic family”. Als witte vrouw, getrouwd met een zwarte man, ervaart ze white privilege en racisme als een dagelijks vast te pakken werkelijkheid. Eerder schreef ik in een blog voor platform Lazarus over een openhartig Skype-gesprek dat we hierover voerden. Ze raadde me een aantal boeken aan. Ik ga één daarvan lezen, na Jordan Peterson.

Dankbaar ben ik voor de stem van mijn man in mijn leven. Dankbaar ben ik voor de stem van mijn vriendin en haar gezin in mijn leven.

Maar nu ben ik er diep door verscheurd. En ik kom er achter dat ik zelf geen stem heb. Met alle liefde toon ik solidariteit met de pijn van hen van wie ik hou. Maar met het gebruiken van die hashtag, waan ik me in het kamp van hen die op twitter een bak stront uitstortten over de man van wie ik ook hou.

Nog niet eerder heeft het zo zwaar op me gedrukt dat ik niet weet wat te zeggen. Want wereldwijd klinkt de roep dat niets zeggen óók een keuze is.

“White silence is violence” scanderen demonstranten. En:

“No! Now is not the time for white guilt or white shame.
Now is not the time for white introspection.
Now is not the time for white performance.
Now is the time to recognise that my silence is collusion.
Now is the time to stand up and speak out.” 

Lusa Nsenga Ngoy

Ik kan mijn oren hier niet voor sluiten. Ik kan het het thema niet ontlopen. Dus spreek ik me uit, met onvaste stem. Ik hoop dat het telt, mijn fluistering, mijn zucht. Daar gaan we.

In onze moestuin vind ik ruimte om na te denken, terwijl ik een stuk verwilderd grasland omspit. Boven de grond piepen grassprietjes uit die onder de grond een indrukwekkend leven leiden. Het kweekgras heeft lange, roomwitte wortels die uitlopen op scherpe punten. Als je ermee in je vinger prikt, is het net of je een naald erin steekt. Ze boren zichzelf hiermee door de wortels van andere gewassen heen. Een naar gewas dus, als je gezonde groenten wilt kweken.

Het is vrijwel onmogelijk om aan de oppervlakte het gras met wortel en al uit de grond te trekken. Als je dat probeert, hoor je meestal een zeer onbevredigende ‘knak!’. Dan weet je dat je actie geen zin heeft gehad, want binnen de kortste keren piept het gras weer boven de grond uit. Het heeft wél zin om te spitten en daarmee de grond los en luchtig te maken. Dan zie je de wortels overduidelijk zitten en trek je er met vlagen, zeer bevredigend, een wortelkluwen in z’n geheel uit.

Terwijl ik met de wortels van kweekgras en zevenblad bezig was, dacht ik aan raciale ongerechtigheid. Terwijl ik, door het verwijderen van de dominante grassoort, een plek voor meer divers leven probeerde te creëren, bad ik om wijsheid. Ik smeekte om inzicht en onderscheidingsvermogen om verder te komen met de vragen die zich aan me opdrongen:

Zijn die lange kweekgraswortels te vergelijken met raciale ongerechtigheid? Kunnen de roomwitte, scherp gepunte strengen die een andere soort zijn groei belemmeren, symbool staan voor white privilege?

Als dat zo is, dan moet het weg. Dan is het zelfs schadelijk op de composthoop. Dan moet het in de fik.

En als het weg moet, dan weet ik ook dat het geen zin heeft om oppervlakkig aan het gras te trekken. Dan moet er gespit worden. Hard werk gedaan worden. Dan moet de grond kunnen ademen. Dan moet er ruimte zijn in het gesprek, in onze ontmoetingen. Alleen dan kan die wortel er in z’n geheel uit. Alleen dan ontstaat er ruimte voor rijke diversiteit.

Dit is wat ik wilde zeggen. Te lang voor op een protestbord, laat staan een hashtag. Te voorzichtig om een beweging mee te ontketenen. Maar al jaren voel ik me diep verbonden met dit thema. Al jaren jagen we het na samen te leven met mensen uit verschillende culturen. In Utrecht Overvecht ging dat gemakkelijk, dat was een rijke tijd. In Zwolle valt het tegen, al kozen we bewust voor de meest diverse wijk en de meest diverse basisschool voor onze kinderen. Op het moestuincomplex vinden we weer een beetje wat we bij ons vertrek uit Overvecht verloren. Ja, ik zoek naar goed, rechtvaardig en divers samenleven.

Maar dit lijken de dagen that words speak louder than action en ik voel me geroepen me uit te spreken. Dat doe ik met onvaste stem. Met nuance, zoekend. En toch hoop ik dat het iets mag bijdragen aan alle inspanningen voor de liefde, waarheid, gerechtigheid en vrede. We delen dezelfde adem. Die van George Floyd is hem gruwelijk ontnomen. Ik heb hem nog. Wat doe ik ermee?

Schakel

Lees meer

Het was zeker een maand voor de coronapandemie uitbrak, dat ik met bewondering en een zekere jaloezie het ziekenhuispersoneel bekeek. Met het opgeruimde gemoed van iemand die er alleen was voor een lichte ingreep, observeerde ik hun bedrijvigheid.

Ik zag ze bezig, allemaal een onmisbare schakel in een levensreddend geheel. Betekenisvol. Zinvol. Bevredigend, zo ik me voorstelde.

En nu, nu de wereld stilligt, behalve op die plek waar nu nog harder levensreddend wordt gewerkt, voel ik me nog onbeduidender.

Ik legde zojuist alvast een nieuwe rol wc-papier op de spoelbak, omdat ik zag dat de andere bijna op was. Dat is mijn schakel. Dat is mijn verhaal in deze verschrompelde wereld.

Stop met het redden van de planeet!

Lees meer

Deze blog schreef ik in opdracht van Lazarus


Laatst raakte ik zwaar geïrriteerd terwijl ik in de rij voor de kassa van de plaatselijke supermarkt stond. Ik keek wat om me heen en mijn oog viel daarbij op de campagne van de Vogelbescherming. Red de steenuil stond er in grote letters. Ik vond het stom. Die steenuil kan prima zichzelf redden. Als wij tenminste niet zo belachelijk veel ruimte innemen.

Sinds dat moment in die supermarkt valt het me steeds vaker op: de vele oproepen om to the rescue te komen van de planeet. Het doel ervan, het bevorderen van het leven, vind ik fantastisch. Maar achter de taal die wordt gebruikt, zit een hele wereld. En het is díe wereld waar ik een probleem mee heb.


Lees het hele verhaal hier!